European Pharmacogenetics of AntiCoagulant Therapy

 
Home
Staff
Research
Information for Patients
Information for Physicians
Information for Researchers
Publications
Contact
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Information for patients ( eng )     

informatie voor patienten

 


EU-PACT: Een Europese studie naar het effect van erfelijke factoren bij de behandeling met cumarinederivaten.

Cumarinederivaten zijn veel voorgeschreven antistollingsmiddelen. In Europa worden drie cumarinederivaten voorgeschreven, namelijk warfarine, acenocoumarol en fenprocoumon. Recentelijk is aangetoond dat genetische factoren de dosering die een patiënt nodig heeft van deze cumarinederivaten beïnvloeden. 

De EU-PACT (European Pharmacogenetics of Anticoagulation Therapy) studie is opgezet om te onderzoeken of het vooraf bepalen van uw deze genetisch factoren een verbetering (betere effectiviteit en minder kans op bijwerkingen) oplevert bij de behandeling met cumarinederivaten. 

Achtergrond en doel van de studie

Cumarinederivaten zijn orale antistollingsmiddelen. In de volksmond worden deze middelen ook wel “bloedverdunners” genoemd. Deze geneesmiddelen worden onder andere gebruikt bij de behandeling van patiënten met bloedpropjes in de bloedvaten (trombose) en van patiënten met atrium fibrilleren (snel en onregelmatig samentrekken van de boezems van het hart).
Het bloed mag niet te dik maar ook zeker niet te dun worden. Dit in verband met het optreden van bijwerkingen, zoals de vorming van bloedpropjes (te dik) en het optreden van bloedingen (te dun). Daarom is het van belang dat de dikte van het bloed binnen bepaalde grenzen blijft. De dikte van het bloed wordt gemeten aan de hand van de International Normalized Ratio (INR). De dosering wordt in de huidige praktijk bepaald op basis van de INR. De dosering verschilt per patiënt. Deze verschillen worden veroorzaakt door factoren zoals genetische verschillen, leeftijd, geslacht, gewicht, lengte, dieet en het gebruik van overige medicatie. 

Het doel van de EU-PACT studie is om te onderzoeken of het vooraf bepalen van genetische factoren, die van belang zijn bij de bloedstolling, een verbetering oplevert voor de antistollingsbehandeling. Aan dit onderzoek zullen bijna 3000 cumarinederivaat gebruikers deelnemen. Deze deelnemers zijn afkomstig uit 7 Europese landen en gebruiken één van de drie cumarinederivaten. De studie zal ongeveer 2 jaar lopen, deelnemers worden 3 maanden gevolgd. 

-----------------------------------------------------------------
» Trombose: Als er sprake is van een samenklontering van het bloed, dan spreken we van bloedstolling. Bloedstolling kan bloedverlies bij verwondingen beperken. Er wordt een bloedstolsel gevormd die de wond afsluit en het bloeden stelpt. Hierbij is sprake van een gewenste bloedstolling.
In sommige gevallen kan er ongewenste stolling van het bloed optreden. Dit is het geval bij personen met trombose. Bij trombose wordt er een bloedstolsel gevormd in de bloedvaten zonder dat er sprake is van een wond. Dit stolsel kan zich vastzetten aan de wand van een bloedvat waardoor de bloedstroom beperkt wordt. Trombose treedt voornamelijk op in de benen, maar kan ook op andere plekken voorkomen, zoals in de armen, hersenen of buik. 

» Atrium fibrilleren: Het hart bestaat uit vier holtes, die onderverdeeld kunnen worden in 2 boezems en 2 kamers. De bovenste holtes noemen we boezems, ook wel atria, en de onderste holtes de kamers. Wanneer iemand last heeft van atrium fibrilleren is er sprake van een snelle en onregelmatige samentrekking van de hartboezems. Het bloed in het hart kan dan wat trager gaan stromen, waardoor de kans op het ontstaan van een bloedstolsel wordt verhoogd. Deze vorming van een bloedstolsel noemen we een trombus. De ongewenste bloedstolsels kunnen loskomen van de vaatwand en door het bloed vervoerd worden naar kleinere bloedvaten waar ze vastlopen. Hierdoor worden de kleinere bloedvaten afgesloten. Een losgeraakt bloedstolsel wordt een embolus genoemd. Doordat een embolus kleinere bloedvaten kan afsluiten kan de bloedtoevoer naar organen en weefsels verhinderd worden wat kan leiden tot schade.

» Cumarinderivaten: Om stollingsfactoren in het lichaam te kunnen vormen heeft de lever vitamine K nodig. Cumarinederivaten zorgen ervoor dat de stollingsfactoren niet meer gevormd worden, door de vorming van vitamine K te remmen.
In Nederland zijn twee oraal in te nemen cumarinederivaten geregistreerd, namelijk acenocoumarol en fenprocoumon. De cumarinederivaten hebben dezelfde werking, ze verstoren namelijk allemaal de aanmaak van stollingsfactoren.

» Bloedstolling: De bloedstolling is een zeer complex proces waarbij voornamelijk de bloedplaatjes en bepaalde eiwitten in het bloed, genaamd stollingsfactoren betrokken zijn. Als de bloedstolling niet goed werkt, dan wordt het bloed te dun en krijgt men gemakkelijker bloedingen. Bij een overmatige bloedstolling krijgt men ongewenste samenklontering van het bloed. Hierdoor neemt de kans op trombose en longembolie toe.

b Wanneer de dosering van cumarinederivaten te hoog is bestaat het risico dat het bloed te dun wordt. Het ‘dunner’ worden van het bloed wil zeggen dat het risico op het ontstaan van bloedingen toe zal nemen. Om dit te voorkomen is het van belang dat de dikte van het bloed regelmatig gecontroleerd wordt. Deze controle wordt uitgevoerd door de trombosedienst. De trombosedienst controleert dit aan de hand van een INR meting. Hoe dunner het bloed is, hoe langer het duurt voordat het bloed stolt, des te hoger is de INR waarde. Patiënten die geen bloedverdunners gebruiken hebben een INR waarde van 1.0. Bij patiënten met atrium fibrilleren wordt meestal geprobeerd om een INR waarde tussen de 2.0 en 3.5 te krijgen. Wanneer de INR waarde hierboven komt, wordt het bloed te dun en neemt het risico op bloedingen toe en wordt de dosis naar beneden bijgesteld.
De INR waarde kan veranderen door bijvoorbeeld koorts, diarree, stress of grote zorgen, een emotionele gebeurtenis, het gebruik van een nieuw medicijn of een verandering in de mate van alcohol gebruik. Daarom is een regelmatige controle van de INR waarde van het bloed belangrijk.
-----------------------------------------------------------------

Waarom u uitgenodigd bent

We hebben u gevraagd deel te nemen aan deze studie omdat u voldoet aan de ingangseisen. U zult namelijk binnenkort gaan starten met de behandeling met een van de cumarinederivaten (warfarine, fenprocoumon of acenocoumarol). Verder heeft u een leeftijd van boven de 18 jaar en uw INR bevindt zich in het juiste streefgebied.

De opzet van de studie

Deze studie zal twee verschillende manieren van doseren met elkaar gaan vergelijken. Er zal een interventiegroep en een controlegroep gevormd worden. Een interventie groep is een groep waarbij een wijziging in de behandelmethode door de onderzoeker heeft plaatsgevonden. De interventiegroep zal gedoseerd worden op basis van genotype, klinische informatie en laatste INR meting. De dosering van de controlegroep zal alleen worden vastgesteld op basis van klinische informatie en laatste INR meting. Zo kan gekeken worden of het vooraf bepalen van het genotype voordelen oplevert voor de antistollingsbehandeling. 

Als u besluit om deel te nemen aan de studie zult u niet te horen krijgen in welke groep u wordt ingedeeld (wel of niet gedoseerd aan de hand van uw genetische variant). Dit is belangrijk om te voorkomen dat de uitkomst van de studie niet wordt beïnvloed. Wanneer u zult deelnemen aan de studie, dan wordt u gedurende 3 maanden gedoseerd aan de hand van doseerschema’s die voor deze studie zijn ontwikkeld. Tijdens de studie zullen er tevens verschillende gegevens verzameld worden aan de hand van vragenlijsten, uw medische gegevens en bloedmonsters.

-----------------------------------------------------------------
» Het genotype: DNA is een verzameling van erfelijk materiaal. Dit erfelijk materiaal noemt men genen. Genen coderen voor de aanmaak van eiwitten in het lichaam. 
Cytochroom P450 (afgekort tot CYP) is een verzamelnaam voor enzymen die betrokken zijn bij de afbraak van lichaamsvreemde stoffen. Onder deze lichaamsvreemde stoffen vallen geneesmiddelen, zoals cumarinederivaten. In het menselijk lichaam bevindt zich een stukje erfelijk materiaal (gen) CYP2C9 wat codeert voor enzym CYP2C9. CYP2C9 is een enzym van het cytochroom P450 systeem dat betrokken is bij de afbraak van de cumarinederivaten. 
Het gen dat codeert voor de aanmaak van CYP2C9 komt in verschillende vormen voor, onder andere CYP2C9*1, CYP2C9*2 en CYP2C9*3. Mensen met de CYP2C9*2 en CYP2C9*3 variant zijn minder snel in staat om cumarinederivaten af te breken. Als gevolg van deze verminderde afbraak wordt de werkingsduur van de cumarinederivaten verlengd. Als dit het geval is moet de dosering worden verlaagd om het risico van bloedingen te verminderen.

» Vitamine K is een essentiële factor voor de vorming van stollingsfactoren in het lichaam. Om deze werking uit te voeren dient vitamine K in het lichaam allereerst omgezet te worden in zijn actieve vorm. Dit wordt bereikt met behulp van een enzym VKORC1 (vitamine K epoxide reductase complex 1). Cumarinederivaten remmen het enzym VKORC1 en zorgen op deze manier voor minder actieve stollingsfactoren. Variaties in VKORC1 leiden tot een verminderde antistolling. De gegeven dosis van cumarinederivaten moet dan worden verlaagd. 

Kortom, de dosering die iemand nodig heeft voor een optimale bloedstolling verschilt per persoon. De verwachting is dat de dosering beter vastgesteld kan worden als bekend is welke genetische variant een patiënt heeft. Uw genotype wordt bepaald aan de hand van genomen bloedmonsters, waaruit we binnen 100 minuten uw genotype kunnen vaststellen.
-----------------------------------------------------------------

Wat de studie voor u zal betekenen 

Deelname aan de studie zal 3 maanden duren. Bij aanvang van de studie zullen er extra bloedmonsters worden afgenomen om uw genotype en INR te bepalen. Ook zullen aanvullende bloedbepaling plaatsvinden zoals een hemoglobine en creatinine bepaling. Uw bloedmonsters zullen tevens worden opgeslagen in biobanken. De monsters uit de biobanken kunnen later in de studie gebruikt worden voor verdere genetische analyse. 

U zult gevraagd worden een aantal vragenlijsten in te vullen zodat we informatie over onder andere uw leeftijd, geslacht, lengte, gewicht en uw overige medicatie verkrijgen. 

Ook zullen we uw toestemming vragen om uw medische geschiedenis op te vragen bij huisarts en apotheek zodat de informatie die van belang is voor deze studie verzameld en gecontroleerd kan worden. Net zoals bij de reguliere antistollingsbehandeling zal uw INR gecontroleerd worden op van tevoren vastgestelde data. Het is belangrijk dat u op deze afspraken aanwezig bent. Tijdens deze afspraken zult u een aantal vragenlijsten invullen. Dit zal ongeveer 15 minuten duren. Tijdens uw laatste afspraak zullen er nogmaals een aantal extra bloedmonsters worden afgenomen. 

Na afloop van de studie zullen uw gegevens geanonimiseerd worden. Omdat dit een internationale studie betreft zullen uw anonieme gegevens voor verdere analyse tijdens en na de studie ook overgedragen worden aan onderzoekers in andere landen.

Belasting van de studie

Gebruikers van antistollingsmiddelen komen regelmatig bij de trombosedienst om hun bloed te laten controleren. Aan het begin van de behandeling gebeurt dit 1 tot 2 keer per week totdat de juiste dosering is gevonden. Ook daarna blijven regelmatige controles noodzakelijk.

Als u besluit om deel te nemen aan de studie, dan zullen er in een tijdsperiode van 3 maanden, 8 controles plaatsvinden. Vooraf is al vastgesteld wanneer deze controles zullen plaatsvinden. Indien nodig kan hier maximaal 3 dagen vanaf wordt geweken. Indien medisch noodzakelijk, kunnen er naast de controles in de studie extra controles gepland worden. Het aantal visites dat u tijdens de studie aflegt aan de trombosedienst is niet afwijkend van het aantal visites dat u af zou leggen indien u niet aan de studie deel zou nemen.

Bij deelname aan de studie zult u gevraagd worden om in totaal 14 vragenlijsten (waarvan 6 verschillende) in te vullen. Deze vragenlijsten dienen verspreid over 8 visites ingevuld te worden. Ook zullen er bij uw eerste en laatste bezoek aan de trombosedienst, een aantal bloedmonsters worden afgenomen voor verdere analyse.

Risico’s van de studie

De manier waarop de dosering bepaald wordt is het belangrijkste verschil tussen de behandeling die u zult krijgen als u meedoet aan de studie en als u niet meedoet. Als u ervoor kiest om niet mee te doen aan deze studie zal de dosering bepaald worden aan de hand van informatie over uw laatst gemeten INR (mate van antistolling), uw voorgaande doseringen en de ervaring van de arts om tot een voor u optimale dosering te komen. Als u ervoor kiest om wel aan deze studie deel te nemen, wordt uw dosering bepaald aan de hand van een berekening op basis van uw leeftijd, eventueel amiodaron (een geneesmiddel dat onder andere wordt gebruikt bij atrium fibrilleren) gebruik, geslacht, ervaring van de arts, lengte en gewicht, en indien u in de interventiegroep geloot wordt ook uw genetische informatie.

Omdat uw INR, net zoals bij geen deelname aan de studie, regelmatig gecontroleerd moet worden, verwachten wij dat u geen groter risico loopt op een bloeding (bij een te hoge dosering) of trombose (bij te lage dosering) dan bij de standaard zorg.

Mogelijke voordelen van de studie

Het is lastig om vooraf te bepalen of u door deelname aan de studie persoonlijk voordeel zult ondervinden. Verwacht wordt dat voor beide groepen de INR waarde binnen de nauwe therapeutische grenzen wordt gehouden. Omdat deze manier van doseren nog niet eerder is toegepast, is het moeilijk om dit met zekerheid te kunnen zeggen. De verkregen studieresultaten kunnen in de toekomst waardevol zijn voor gebruikers van cumarinederivaten. 

Tussentijds bekend worden van onvoorziene informatie

Het verloop van de studie zal zo nauwkeurig mogelijk en volgens plan verlopen. Echter is het mogelijk dat de situatie tussentijds verandert. Dit is het geval bij een reactie van uw lichaam of het beschikbaar komen van nieuwe informatie. In dit geval zullen wij dit meteen met u bespreken. U mag dan zelf beslissen of u verder wil gaan met de studie of tussentijds wil stoppen. Mocht het voorkomen dat uw veiligheid en welzijn in gevaar komen, dan zullen wij de studie onmiddelijk staken. 

Na afloop van de studie 

In principe doet u gedurende 3 maanden mee aan de studie. Als uw arts bepaalt dat u na deze drie maanden nog steeds door moet gaan met uw cumarinebehandeling, dan wordt deze behandeling op de gebruikelijk wijze voortgezet. Vervolgens zal de trombosedienst uw dosering en controle voortzetten. 

Deelname aan de studie

Uw deelname aan de studie is geheel vrijwillig. Als u toestemming geeft om mee te doen aan de studie, dan heeft u altijd de vrijheid om op elk gewenst ogenblik terug te komen op uw beslissing. Het opgeven van een reden voor uw terugtrekking is niet nodig. Het wel of niet meedoen aan de studie zal geen enkel gevolg hebben op uw behandeling door de trombosedienst. Ook zal het niet van invloed zijn op uw verstandhouding met de medewerkers van de trombosedienst.

Vertrouwelijkheid van de gegevens

Alle gegevens zullen vertrouwelijk behandeld worden. De gegevens zullen in overeenstemming met de EU Data Protection Directive (95/46/EU) en de Wet Bescherming Persoonsgegevens behandeld worden. Niet-bevoegde buitenstaanders zullen geen toegang hebben tot uw gegevens. De resultaten van de studie kunnen in een wetenschappelijke publicatie gebruikt worden. Maar ook in deze gevallen zullen de gegevens niet herleidbaar zijn tot u als persoon. Als uw gegevens overgedragen zullen worden aan wetenschappers in andere landen, dan zal uw identiteit ook geheim blijven.

Informeren van uw huisarts 

Als u besluit om mee te doen aan de studie dan zullen wij uw huisarts hier schriftelijk van op de hoogte brengen. Dit doen wij voor uw eigen veiligheid. U zult hiervoor toestemming moeten geven op het ‘toestemmingsformulier’ dat u dient in te invullen. Als u hier geen toestemming voor geeft, dan kunt u niet meedoen aan de studie. 

Verzekering

Voor iedereen die meedoet aan de studie is een verzekering afgesloten. De verzekering dekt eventuele schade, als gevolg van deelname aan de studie. Dit is mogelijk voor schade die vastgesteld wordt tijdens de studie, of binnen vier jaar na het einde van de studie. De schade moet ook binnen die vier jaar aan de verzekeraar worden gemeld. 

Medisch-ethische toetsingscommissie

De onafhankelijke toetsingscommissie CME Leiden ( www.ccmo-online.nl) heeft dit onderzoek goedgekeurd.

Trombosedienst

De trombosedienst is verantwoordelijk voor het instellen, controleren en begeleiden van poliklinische patiënten, die orale antistollingsmiddelen gebruiken. Voor meer informatie over de trombosedienst in De Haag of Amsterdam kun u terecht op de volgende websites: www.trombosedienst-denhaag.nl (Den Haag en omstreken) en www.atal-mdc.nl (Amsterdam).